MIJNSTEENBERG GEEN RIJKSMONUMENT

5 September 2005 - ZEIST
INLEIDING
De verwerking van steen, vrijgekomen bij het graven van schachten en gangen en mee naar boven gekomen bij de winning van de steenkool, was een belangrijk en onontkoombaar onderdeel van het mijnbedrijf. De gedolven grondstof werd in wasserijen gescheiden in steenkool (50 - 60 % van het totale volume) en in afvalsteen (40 - 50 % van het volume). Het waswater belandde in slibbekkens, het puin belandde op één of meer mijnsteenbergen of 'terrils' (de benaming in België en Frankrijk voor deze afvalbergen). Daartoe werd eerst de grond met mijnsteen geëgaliseerd, vervolgens werd de omvang van het grondvlak van de berg bepaald en werd een plateau van mijnsteen aangelegd, waarop de berg kon ontstaan. De machinale afvoer van het afval vond plaats per kipkar op smalspoor, dat van tijd tot tijd werd verlegd om de helling van de berg niet groter dan 30 graden te maken in verband met de stabiliteit van de berg. Daarbij kon men met een horizontale transportband de kegelvormige berg als een soort tafelberg in verschillende kanten laten uitgroeien.
Bij eerdere inventarisaties in Nederland is niet gekeken naar objecten als deze; derhalve heeft een inventarisatie plaats gevonden waarbij een vergelijking is gemaakt met de nog resterende mijnsteenbergen in de voormalige mijnstreek in Zuid-Limburg.

OMSCHRIJVING
De mijnsteenberg ON IV bevindt zich ten zuidoosten van de wijk Heksenberg (gemeente Heerlen) aan de rand van de Brunsummerheide. De berg is aangelegd in de periode 1927 -1967 waarbij het grootste gedeelte van de berg is vervaardigd vóór 1956. De berg heeft een langgerekte vorm, heeft een hoogte van ca. 45 meter en een inhoud van 1.500.000 m3. Totaal beslaat de berg ca. 11 ha aan oppervak. In de huidige situatie is de hele berg bebost, behalve de zuidoosthelling, waar het oppervlak uit kale mijnsteen bestaat. In de wand van de berg zijn de ingangen zichtbaar naar twee voormalige, thans ingestorte mijngangen. Ter plaatse van het voormalige mijnindustrieterrein van de Oranje Nassau IV heeft zich een nieuwe industrie ontwikkeld, het zandwinbedrijf Sigrano. Op enige afstand van de mijnsteenberg liggen de mijnkolonie Heksenberg (tuindorpachtig, gebouwd door een woningbouwvereniging) en de kolonie Maria-Christinawijk (gebouwd voor Duitse mijnbeambten).

WAARDERING
De voornaamste kenmerken van de mijnsteenberg kunnen worden gerelateerd aan de volgende criteria: Cultuurhistorische waarde, architectuurhistorische waarde, samenhang/ensemblewaarde, herkenbaarheid/gaafheid en zeldzaamheid.

Cultuurhistorische waarde
Een mijnsteenberg is ontstaan door de aanwezigheid van een mijn; als herinnering aan het mijnverleden en aan het proces van de steenkoolwinning heeft een mijnsteenberg derhalve cultuurhistorische waarde. Wanneer een mijnsteenberg als 'los' object wordt beschouwd is er sprake van een verzameling mijnstenen die een bepaalde vorm, hoogte en inhoud heeft. De ON IV heeft een voor een mijnsteenberg bescheiden omvang en bezit niet de kenmerkende verschijningsvorm die een dergelijke berg van oorsprong heeft.

Architectuurhistorische waarde
Mijnsteenbergen werden zodanig aangelegd dat ze dichtbij een mijn lagen (i.v.m. transportkosten) en dat ze stabiel waren. Deze bouwtechniek was op alle bergen van toepassing; er was maar één manier om een mijnsteenberg aan te leggen. In die zin is de ON IV als uitdrukking van bouwtechniek niet uniek. In de ON IV bevonden zich twee gangen waarin mijnwerkers konden oefenen met stutten. De stutten zijn echter weggehaald en de gangen zijn ingestort; wat resteert zijn de toegangen.

Samenhang/ensemblewaarde
Herinneringen aan de mijnbouw zijn in het Nederlandse landschap voor een belangrijk deel 'opgeruimd', waardoor nergens meer een min of meer compleet beeld aanwezig is van alle componenten die deel uitmaakten van het mijnbedrijf. Van die componenten waren de schacht en de mijnsteenberg de landschappelijk meest in het oog springende onderdelen. De schacht van de ON IV is verplaatst en bevindt zich bij het station van Heerlen. Voor wat betreft de samenhang van de berg met andere mijnonderdelen kan bij de Oranje Nassau IV alleen het talud van de spoorbaan worden genoemd en indirect de wijk Heksenberg/Maria Christinawijk. Overige mijnelementen die bij andere mijnsteenbergen nog wel aanwezig zijn, ontbreken.

Herkenbaarheid en gaafheid
Naast de samenhang met andere bedrijfsonderdelen waren het de forse maat van de berg in combinatie met het kale, zwarte karakter die de berg tot een markant en in het oog springend element in het landschap maakten. Dit karakter is bij alle Nederlandse mijnsteenbergen aangetast. Voor de Oranje Nassau IV geldt een goede herkenbaarheid van de berg aan de zuidoostzijde, maar een slechte herkenbaarheid aan de west- en noordzijde, waar de berg zich voordoet als een natuurlijk onderdeel van het heuvellandschap. Dit gegeven maakt dat de berg niet als markant landschapselement aan te duiden is.

Zeldzaamheid
Een mijnsteenberg als herkenbaar, aangelegde stortplaats, is gelet op het voorgaande niet meer aanwezig. Het gaat bij de ON IV voornamelijk om een restant van een mijnsteenberg. Restanten van mijnsteenbergen zijn als fysiek element niet zeldzaam, er zijn immers meer restanten van mijnsteenbergen in de oostelijke mijnstreek aanwezig.

CONCLUSIE

Aan de overwegingen van de Monumentenwet 1988 ligt onder meer ten grondslag het meer betrekken van lagere overheden bij het behoud van monumenten. In de Memorie van Toelichting wordt het grote belang gememoreerd dat in de huidige wet wordt gehecht aan de inbreng van vooral de gemeente over de aanwijzing. Hoewel op rijksniveau over het al dan niet beschermen wordt beslist, komt aan de adviezen van de lagere overheden een invloedrijke plaats toe. Slechts op zwaarwegende gronden zal de minister van die adviezen kunnen afwijken. In dit geval bestaat daartoe geen aanleiding.

Geconcludeerd kan worden dat de onder omschrijving/waardering aangegeven waarden bescherming op grond van de Monumentenwet 1988 NIET rechtvaardigen.