Reactie stichting op rol Tiekstra als raadslid en adviseur van Sigrano

11 Maart 2004 - HEERLEN -
Ingezonden brief n.a.v. artikel "Raadslid Tiekstra zwijgt over werk zandwinbedrijf" en het daarmee aanverwante artikel "Sigrano flirt met zijn buren", dagblad De Limburger, 10-03-2004, Limburgs Dagblad, 10-03-2004.

De Stichting Behoud Mijnsteenberg ONIV maakt zich veel zorgen over het behoud van de laatste mijnsteenberg, maar nog meer over de politieke besluitvorming in deze.
Begin 2003 heeft de Stadspartij Heerlen vol overtuiging Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heerlen schriftelijk verzocht om de mijnsteenberg ONIV zo spoedig mogelijk als beschermd monument aan te wijzen. Men gaf hiermee ook gehoor aan de burgers die zich tot het uiterste en recent nog tijdens de gemeentelijke hoorzitting hebben uitgesproken voor behoud van de berg.

Nauwelijks een jaar later heeft de Stadspartij geheel onverwacht haar standpunt herzien en zich uitgesproken voor afgraving van de berg, overigens zonder verdere toelichting. Het enige dat de stichting bij de Stadspartij Heerlen is opgevallen, is de opvallende rol van partij- en raadslid C. Tiekstra.
Deze heeft zich de laatste maanden nadrukkelijk geprofileerd als betaald communicatieadviseur van Sigrano en in die rol de afgraving tijdens verschillende publieke uitlatingen op voorlichtingsbijeenkomsten en in de media bepleit.

Als commissielid Stadsontwikkeling, welke commissie zich uiteindelijk moest buigen over de kwestie, heeft hij overigens pas recent geopteerd voor 'zwijgzaamheid" bij de behandeling van het topic in de raadszaal, wat gegeven de functie vrijwel onhoudbaar is. En blijkbaar is er toch enige bepalende invloed van zijn nevenfunctie uitgegaan, willen we de plotselinge ommezwaai van de Stadspartij überhaupt kunnen verklaren naar de achterban. Het college verzoeken om monumentenstatus van de berg is geen mening, maar een verzoek voor een onomkeerbare actie, waar je als Partij in zijn geheel moet achterstaan. Bij gebrek aan een logische verklaring voor deze kentering en de discutabele rol van dhr. Tiekstra kan niet anders dan sprake zijn van een integriteitsschending.

Binnen het openbaar bestuur raakt dat de burger rechtstreeks. Hier is een fundamenteel belang in het geding, namelijk de aantasting van de beginselen die aan onze democratische rechtstaat ten grondslag liggen. Een samenleving kan zich geen bestuurlijke organisatie permitteren die moreel niet hoogstaand en onkreukbaar is. Het vertrouwen van de burger in de overheid wordt erdoor aangetast, schreven de hoogleraren van den Heuvel en Huberts reeds 2002 in hun onderzoek Integriteitsbeleid in gemeenten. Intussen ligt er gelukkig een nieuw wetsontwerp van Minister Remkes waarin nieuwe ambtenaren voortaan een eed of belofte moeten afleggen, waarin zij beloven integer te handelen. Hopelijk gaat dat ook voor bestuurders gelden en in het bijzonder voor dhr. Tiekstra.

Bron: prof dr. J. van den Heuvel en prof dr L. Huberts (2002) Integriteitsbeleid in gemeenten. Lemma, Utrecht.